7 juni 2017 Catapult Creeert

6 belangrijke misverstanden over afval

In Nederland produceren we per persoon 9,6 kilo afval per week. Kan het minder, vroeg journaliste Ilse Ariëns (51) zich af. Ze leefde 40 dagen bijna verpakkingsloos. Hoe kun je ook bewuster omgaan met afval en wat zijn de misverstanden?

Voor het tijdschrift Genoeg schrijf ik veel over afval en milieu. Vorig jaar besloot ik eens uit te zoeken hoeveel verpakkingen mijn gezin eigenlijk gebruikt. Ik verzamelde alle potten, zakken, wikkels en flacons van een week en schrok: een huiskamervloer vol! Zou het met minder kunnen, misschien zelfs helemaal verpakkingsloos? Groenten en fruit waren een makkie: die laat je bij de groenteboer of op de markt in zelf meegebrachte tassen doen. Voor veel andere producten, zoals noten of kaas, kun je bakjes van huis meenemen. Eenmaal op dreef, ging er een wereld voor me open. Er blijkt onverpakte shampoo te bestaan (een zeepblokje dat je over je haar wrijft). En op veel plekken in Nederland kun je verse, rauwe melk tappen bij de boer.

Bijna alles is mogelijk, maar je moet wel tijd hebben. In plaats van even snel naar de supermarkt, fietste ik van de bakker naar de molenaar naar de koffiewinkel. In mijn ‘veertig dagen onverpakt’ had ik de leukste gesprekken met winkeliers, over hoe het vroeger ging toen al dat plastic en zelfs de koelkast er nog niet was. Helemaal verpakkingsloos bleek onmogelijk – maar minder, dát is me aardig gelukt. De vuilnisbak raakt in twee weken nog maar half vol. Door bewust met verpakkingen om te gaan, kun je de afvalproductie duidelijk verminderen. En door afval te scheiden moet de afvalberg ook beheersbaarder worden gemaakt. Door het gescheiden inzamelen wordt 82 procent van alle papier,  79 procent van alle glas en 52 procent van alle plastic hergebruikt.  Als je het netjes wilt scheiden en – misschien nog belangrijker – afval wilt voorkomen, wat moet je dan wel doen en wat juist niet?

Misverstand 1: ‘afval scheiden is zinloos, alles komt toch op één hoop’

Vooral als het om plastic gaat, hoor je nogal eens dat scheiden weinig zin heeft. Plastic van een shampoofles heeft een andere samenstelling dan het plastic van een boterhamzakje, waardoor het lastig zou zijn het te recyclen voor nieuwe toepassingen. Uiteindelijk belandt het meeste ingezamelde plastic verpakkingsafval in de verbrandingsoven, samen met ander afval, zeggen sceptici. “Het klopt dat we niet alles kunnen hergebruiken”, vertelt Hester Klein Lankhorst, directeur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken. “Maar door nieuwe technieken kunnen we veel meer hergebruiken dan tien jaar geleden. Inmiddels recyclen we 51 procent van alle plastic verpakkingen die op de markt komen. Dat is goed voor het milieu, want door hergebruik hoeven we minder te verbranden en hebben we minder nieuwe grondstoffen nodig.”
Een deel van de verwarring ontstaat doordat sommige gemeenten wel plastic verpakkingsafval inzamelen en andere gemeenten niet. Dat heeft ermee te maken dat er in Nederland verschillende afvalverwerkers zijn. Het ene bedrijf doet aan ‘nascheiding’, sorteert het afval zelf. Het andere vraagt burgers hun afval zelf te scheiden. Voor de een is het geen probleem als plastic en drankkartons door elkaar zitten, de ander heeft het liever niet. “Wanneer je precies doet wat je eigen gemeente vraagt, help je eraan mee dat het afval op de meest efficiënte manier verwerkt wordt”, zegt Klein Lankhorst.

Misverstand 2: ‘papieren tassen zijn beter dan plastic tassen’

Winkels mogen sinds anderhalf jaar geen gratis plastic tassen meer weggeven. Vaak krijg je nu als alternatief een tas van papier. Die lijkt beter voor het milieu, maar is dat niet per se, volgens Klein Lankhorst: “Bij eenmalig gebruik heeft papier de voorkeur boven plastic. De productie is schoner en recyclen is makkelijker. Maar ben je van plan de tas die je bij de kassa krijgt vaker te gebruiken, dan is plastic een betere keuze omdat zo’n tas doorgaans veel minder snel stukgaat.” Het materiaal speelt dus wel een rol, maar belangrijker is hoe vaak je een tas gebruikt. “Veruit het beste is het om geen tassen aan te nemen die je maar één keer gebruikt en om zelf een eigen boodschappentas mee te nemen als je gaat winkelen.”

Misverstand 3: ‘komkommers moet je zonder plastic kopen’

Maar liefst 40 procent van de Nederlanders stoort zich aan komkommers in plastic. Maar volgens Milieu Centraal is een komkommer mét verpakking in veel gevallen juist beter voor het milieu. Plastic voorkomt namelijk beschadiging en bederf. Voor de teelt en het transport van een komkommer is veel energie nodig. De milieubelasting van de plastic verpakking valt daarbij in het niet. Liever een stukje plasticfolie weggooien dus, dan (een deel van) de komkommer. Komt de komkommer uit Nederland en eet je ’m meteen op, dan is onverpakt wél beter. Ook bij andere producten is verpakking functioneel. Beter een berg piepschuim weggooien, dan een televisie die bij het transport kapot is gegaan.

Misverstand 4: ‘je kunt het beste je oude koelkast opgebruiken’

“Al voelt het misschien raar om een oud werkend apparaat te vervangen, het is soms toch duurzamer om dat wel te doen”, zegt Sible Schöne, directeur van HIER klimaatbureau. “De energie die nodig is om een nieuwe koelkast te maken, weegt niet op tegen de energiebesparing gedurende de levensduur van het apparaat.” Is een koelkast of wasmachine een jaar of zeven oud, dan wordt het volgens hem interessant om een rekensom te maken en te kijken naar vervanging. Een oude koel/vriescombinatie uit het jaar 2000 verbruikt zo’n 350 kWh per jaar, terwijl de zuinigste exemplaren op dit moment slechts 128 kWh per jaar verbruiken. Vervangen is ook nog eens goed voor je portemonnee. In het zojuist genoemde voorbeeld bespaar je jaarlijks €44,40. De zuinigste apparaten
herken je aan het energielabel A+++, maar daarbinnen zijn behoorlijke verschillen. Het is daarom verstandig om ook op het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik te letten als je bijvoorbeeld een nieuwe koelkast, televisie of wasdroger koopt.

Misverstand 5: ‘glazen en potten moet je schoon inleveren’

“Lege jampotten of wijnflessen mogen vies in de glasbak”, zegt Ingrid Aaldijk van Milieu Centraal. “Je mag zelfs het deksel of de kurk erop laten zitten, zodat je tas niet vies wordt.” Alles is erop gericht om het mensen zo makkelijk mogelijk te maken. Nederlanders zijn heel keurig als het gaat om glas inleveren. Maar liefst 83 procent komt terug voor recycling. Volgens Aaldijk is het soms zelfs beter voor het milieu om lege potten niet af te wassen. “Even door het laatste afwaswater halen, is prima, maar als iedereen thuis de hete kraan laat lopen om een pot pindakaas schoon te maken, kost dat meer water en energie dan wanneer het recyclingbedrijf alles ineens reinigt.”

Misverstand 6: ‘vochtig toiletpapier mag je doorspoelen’

Op heel wat Nederlandse wc’s vind je naast de rol toiletpapier een pakje vochtig toiletpapier. Op de meeste pakjes staat een logo van een toiletpot met de tekst ‘doorspoelbaar’ en ‘biologisch afbreekbaar’. Riool branche-organisatie Stichting RIONED is er niet blij mee. “Het afbreken van deze doekjes duurt zó lang, dat ze voor die tijd allang zijn vastgelopen in het riool of in de waterzuiveringsinstallatie”, legt woordvoerder Rob Hermans uit. Met veel schade en kosten tot gevolg. Niet doorspoelen dus, ook al staat op de verpakking dat het wel kan. Ook vet is trouwens een ramp voor ons rioolstelsel. Spoel restjes jus, boter of (olijf)olie niet door de gootsteen of het toilet, maar veeg de pan schoon met een keukenpapiertje en gooi dat in de vuilnisbak. Grotere hoeveelheden kun je opvangen in een fles en inleveren bij de milieustraat of supermarkt.

Verse eieren? Haal ze met de fiets!

Appels en eieren die je bij de boer koopt, hoeven niet verpakt te worden omdat ze vers van het land naar de keuken gaan. Sowieso zijn lokale producten goed voor het milieu, omdat ze niet met vliegtuig, boot of vrachtwagen de halve wereld over zijn gesleept. “Maar ga wel liefst met de fiets naar  de boer”, zegt Loes Pihlajamaa van Sustainable Footprint. “Elke kilometer met de auto zorgt voor CO2-uitstoot. Met de auto naar de boer gaan, doet de winst van lokaal en onverpakt kopen deels teniet. Het verschilt per auto, maar je kunt beter naar een supermarkt in de buurt gaan dan naar een boerderij winkel waar je 15 km voor moet rijden.” Dit geldt ook voor Marktplaats-spullen. Tweedehands is goed voor het milieu, maar niet als je er een lange autorit voor maakt.
Bron(nen):Plus Magazine
Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!
Tagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,