Afval Nieuws

Naar de berichten

6 belangrijke misverstanden over afval

In Nederland produceren we per persoon 9,6 kilo afval per week. Kan het minder, vroeg journaliste Ilse Ariëns (51) zich af. Ze leefde 40 dagen bijna verpakkingsloos. Hoe kun je ook bewuster omgaan met afval en wat zijn de misverstanden?

Voor het tijdschrift Genoeg schrijf ik veel over afval en milieu. Vorig jaar besloot ik eens uit te zoeken hoeveel verpakkingen mijn gezin eigenlijk gebruikt. Ik verzamelde alle potten, zakken, wikkels en flacons van een week en schrok: een huiskamervloer vol! Zou het met minder kunnen, misschien zelfs helemaal verpakkingsloos? Groenten en fruit waren een makkie: die laat je bij de groenteboer of op de markt in zelf meegebrachte tassen doen. Voor veel andere producten, zoals noten of kaas, kun je bakjes van huis meenemen. Eenmaal op dreef, ging er een wereld voor me open. Er blijkt onverpakte shampoo te bestaan (een zeepblokje dat je over je haar wrijft). En op veel plekken in Nederland kun je verse, rauwe melk tappen bij de boer.

Bijna alles is mogelijk, maar je moet wel tijd hebben. In plaats van even snel naar de supermarkt, fietste ik van de bakker naar de molenaar naar de koffiewinkel. In mijn ‘veertig dagen onverpakt’ had ik de leukste gesprekken met winkeliers, over hoe het vroeger ging toen al dat plastic en zelfs de koelkast er nog niet was. Helemaal verpakkingsloos bleek onmogelijk – maar minder, dát is me aardig gelukt. De vuilnisbak raakt in twee weken nog maar half vol. Door bewust met verpakkingen om te gaan, kun je de afvalproductie duidelijk verminderen. En door afval te scheiden moet de afvalberg ook beheersbaarder worden gemaakt. Door het gescheiden inzamelen wordt 82 procent van alle papier,  79 procent van alle glas en 52 procent van alle plastic hergebruikt.  Als je het netjes wilt scheiden en – misschien nog belangrijker – afval wilt voorkomen, wat moet je dan wel doen en wat juist niet?

Misverstand 1: ‘afval scheiden is zinloos, alles komt toch op één hoop’

Vooral als het om plastic gaat, hoor je nogal eens dat scheiden weinig zin heeft. Plastic van een shampoofles heeft een andere samenstelling dan het plastic van een boterhamzakje, waardoor het lastig zou zijn het te recyclen voor nieuwe toepassingen. Uiteindelijk belandt het meeste ingezamelde plastic verpakkingsafval in de verbrandingsoven, samen met ander afval, zeggen sceptici. “Het klopt dat we niet alles kunnen hergebruiken”, vertelt Hester Klein Lankhorst, directeur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken. “Maar door nieuwe technieken kunnen we veel meer hergebruiken dan tien jaar geleden. Inmiddels recyclen we 51 procent van alle plastic verpakkingen die op de markt komen. Dat is goed voor het milieu, want door hergebruik hoeven we minder te verbranden en hebben we minder nieuwe grondstoffen nodig.”
Een deel van de verwarring ontstaat doordat sommige gemeenten wel plastic verpakkingsafval inzamelen en andere gemeenten niet. Dat heeft ermee te maken dat er in Nederland verschillende afvalverwerkers zijn. Het ene bedrijf doet aan ‘nascheiding’, sorteert het afval zelf. Het andere vraagt burgers hun afval zelf te scheiden. Voor de een is het geen probleem als plastic en drankkartons door elkaar zitten, de ander heeft het liever niet. “Wanneer je precies doet wat je eigen gemeente vraagt, help je eraan mee dat het afval op de meest efficiënte manier verwerkt wordt”, zegt Klein Lankhorst.

Misverstand 2: ‘papieren tassen zijn beter dan plastic tassen’

Winkels mogen sinds anderhalf jaar geen gratis plastic tassen meer weggeven. Vaak krijg je nu als alternatief een tas van papier. Die lijkt beter voor het milieu, maar is dat niet per se, volgens Klein Lankhorst: “Bij eenmalig gebruik heeft papier de voorkeur boven plastic. De productie is schoner en recyclen is makkelijker. Maar ben je van plan de tas die je bij de kassa krijgt vaker te gebruiken, dan is plastic een betere keuze omdat zo’n tas doorgaans veel minder snel stukgaat.” Het materiaal speelt dus wel een rol, maar belangrijker is hoe vaak je een tas gebruikt. “Veruit het beste is het om geen tassen aan te nemen die je maar één keer gebruikt en om zelf een eigen boodschappentas mee te nemen als je gaat winkelen.”

Misverstand 3: ‘komkommers moet je zonder plastic kopen’

Maar liefst 40 procent van de Nederlanders stoort zich aan komkommers in plastic. Maar volgens Milieu Centraal is een komkommer mét verpakking in veel gevallen juist beter voor het milieu. Plastic voorkomt namelijk beschadiging en bederf. Voor de teelt en het transport van een komkommer is veel energie nodig. De milieubelasting van de plastic verpakking valt daarbij in het niet. Liever een stukje plasticfolie weggooien dus, dan (een deel van) de komkommer. Komt de komkommer uit Nederland en eet je ’m meteen op, dan is onverpakt wél beter. Ook bij andere producten is verpakking functioneel. Beter een berg piepschuim weggooien, dan een televisie die bij het transport kapot is gegaan.

Misverstand 4: ‘je kunt het beste je oude koelkast opgebruiken’

“Al voelt het misschien raar om een oud werkend apparaat te vervangen, het is soms toch duurzamer om dat wel te doen”, zegt Sible Schöne, directeur van HIER klimaatbureau. “De energie die nodig is om een nieuwe koelkast te maken, weegt niet op tegen de energiebesparing gedurende de levensduur van het apparaat.” Is een koelkast of wasmachine een jaar of zeven oud, dan wordt het volgens hem interessant om een rekensom te maken en te kijken naar vervanging. Een oude koel/vriescombinatie uit het jaar 2000 verbruikt zo’n 350 kWh per jaar, terwijl de zuinigste exemplaren op dit moment slechts 128 kWh per jaar verbruiken. Vervangen is ook nog eens goed voor je portemonnee. In het zojuist genoemde voorbeeld bespaar je jaarlijks €44,40. De zuinigste apparaten
herken je aan het energielabel A+++, maar daarbinnen zijn behoorlijke verschillen. Het is daarom verstandig om ook op het daadwerkelijke elektriciteitsverbruik te letten als je bijvoorbeeld een nieuwe koelkast, televisie of wasdroger koopt.

Misverstand 5: ‘glazen en potten moet je schoon inleveren’

“Lege jampotten of wijnflessen mogen vies in de glasbak”, zegt Ingrid Aaldijk van Milieu Centraal. “Je mag zelfs het deksel of de kurk erop laten zitten, zodat je tas niet vies wordt.” Alles is erop gericht om het mensen zo makkelijk mogelijk te maken. Nederlanders zijn heel keurig als het gaat om glas inleveren. Maar liefst 83 procent komt terug voor recycling. Volgens Aaldijk is het soms zelfs beter voor het milieu om lege potten niet af te wassen. “Even door het laatste afwaswater halen, is prima, maar als iedereen thuis de hete kraan laat lopen om een pot pindakaas schoon te maken, kost dat meer water en energie dan wanneer het recyclingbedrijf alles ineens reinigt.”

Misverstand 6: ‘vochtig toiletpapier mag je doorspoelen’

Op heel wat Nederlandse wc’s vind je naast de rol toiletpapier een pakje vochtig toiletpapier. Op de meeste pakjes staat een logo van een toiletpot met de tekst ‘doorspoelbaar’ en ‘biologisch afbreekbaar’. Riool branche-organisatie Stichting RIONED is er niet blij mee. “Het afbreken van deze doekjes duurt zó lang, dat ze voor die tijd allang zijn vastgelopen in het riool of in de waterzuiveringsinstallatie”, legt woordvoerder Rob Hermans uit. Met veel schade en kosten tot gevolg. Niet doorspoelen dus, ook al staat op de verpakking dat het wel kan. Ook vet is trouwens een ramp voor ons rioolstelsel. Spoel restjes jus, boter of (olijf)olie niet door de gootsteen of het toilet, maar veeg de pan schoon met een keukenpapiertje en gooi dat in de vuilnisbak. Grotere hoeveelheden kun je opvangen in een fles en inleveren bij de milieustraat of supermarkt.

Verse eieren? Haal ze met de fiets!

Appels en eieren die je bij de boer koopt, hoeven niet verpakt te worden omdat ze vers van het land naar de keuken gaan. Sowieso zijn lokale producten goed voor het milieu, omdat ze niet met vliegtuig, boot of vrachtwagen de halve wereld over zijn gesleept. “Maar ga wel liefst met de fiets naar  de boer”, zegt Loes Pihlajamaa van Sustainable Footprint. “Elke kilometer met de auto zorgt voor CO2-uitstoot. Met de auto naar de boer gaan, doet de winst van lokaal en onverpakt kopen deels teniet. Het verschilt per auto, maar je kunt beter naar een supermarkt in de buurt gaan dan naar een boerderij winkel waar je 15 km voor moet rijden.” Dit geldt ook voor Marktplaats-spullen. Tweedehands is goed voor het milieu, maar niet als je er een lange autorit voor maakt.
Bron(nen):Plus Magazine
Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Vermist: 267 miljoen kilo Twents afval

ENSCHEDE – Waar is 267.582.000 kilo Twents huishoudelijk afval gebleven? Zoveel werd er in 2016 namelijk minder ingezameld, vergeleken met vijf jaar daarvoor. Naar het precieze antwoord is het nog even gissen.

Daling

Maar wanneer de drie componenten van het huishoudelijk afval opgeteld worden, is er de laatste vijf jaar óók sprake van een algehele daling. Dat blijkt uit de nieuwsbrief van Afvalloos Twente, een samenwerking van 12 Twentse gemeenten (exclusief Rijssen-Holten en Twenterand). Er werd in 2016 alles bij elkaar ruim 267 miljoen kilo afval mínder opgehaald, een daling van ongeveer 11 procent.

Verklaring

De Hellendoornse wethouder Jelle Beintema, ‘bestuurlijk trekker’ van het project ‘Naar een afvalloos Twente 2030’, reageert verrast. “Is het zoveel?”, zegt hij verbaasd. Toch heeft hij wel een verklaring die de afname op zijn minst deels verklaart “In het algemeen kun je zeggen, dat er beter gescheiden wordt. Dus ook papier en textiel gaan uit het restafval. Die componenten worden in het overzicht niet genoemd.” Beintema wijst verder op de populariteit van kringloopwinkels en de mogelijkheid om gratis oude apparaten in te leveren.

Gedumpt?

Maar of die theorieën kloppen? Beintema weet het niet zeker. Het ligt ook gevoelig. Het zou immers ook kunnen dat een deel van het afval, onder invloed van tariefsdifferentiatie, in de bosjes gedumpt wordt. Anders dan de cijfers van ingezameld huishoudelijk afval, blijken cijfers over gedumpt afval moeilijk te verkrijgen. Twente Milieu, dat voor zeven gemeenten het afval inzamelt, heeft geen getallen. Ook al omdat de inzamelaar niet in alle gemeenten ook zwerfvuil en dumpafval ophaalt.

De conclusie dat er 483 kilo per persoon minder afval ingezameld wordt, ligt volgens Twente Milieu ‘genuanceerd’. “Niet alleen is het restafval afgenomen en is men beter aan huis gaan scheiden, door de maatregelen op restafval heeft ook een verschuiving plaatsgevonden richting de grove afvalstromen dus de afvalbrengpunten”, zegt woordvoerder Niek Vergeer.

Afvaltoerisme

Als andere mogelijke oorzaken noemt hij de afschaffing van blokcontainers, wat zorgt voor minder grof restafval in het normale restafval. Door maatregelen op restafval zou er ook minder bedrijfsafval in het huishoudelijk afval terechtkomen en meer huishoudelijk afval in het bedrijfsafval.

Ook zou er sprake kunnen zijn van afvaltoerisme naar andere gemeenten. En doordat containers langer aan huis staan speelt indroging een rol, vooral bij gft. Harde cijfers heeft Twente Milieu echter niet, omdat er nooit diepgaand onderzoek naar de vermindering van het afval is gedaan.

Bron: Tubantia

http://www.tubantia.nl/enschede/vermist-267-miljoen-kilo-twents-afval~ae1f9126/

Boyan Slat ontwikkelt nieuwe methode om plastic afval uit oceanen te halen

2007-08-01 16:31:50 NAAMA BAY (ARCHIEFFOTO) - Een project van de 19-jarige Delftse uitvinder Boyan Slat om grote hoeveelheden plastic uit de oceanen te vissen heeft al veel financiële steun gekregen. Van de 2 miljoen dollar die nodig is voor de testfase, is ruim de helft binnen, valt te lezen op de site The Ocean Cleanup. De geldinzamelingsactie loopt nog ruim 2 maanden. Slat kwam in 2012 met een plan voor een installatie van lange drijvende armen in de vorm van een V en besteedde ruim een jaar aan een haalbaarheidsstudie. Vorige maand presenteerde hij in New York de resultaten. EPA/MIKE NELSON

Efficiënter, goedkoper en minder kwetsbaar dan het eerdere ontwerp om de plastic soep op te ruimen.

Boyan Slat, de Delftse ex-student die sinds enkele jaren werkt aan plannen om plastic afval uit de oceanen te vissen, heeft een nieuwe methode ontwikkeld voor zijn schoonmaakoperatie.

Hij ziet af van het voornemen om een enorme installatie met armen van 100 kilometer lengte in zee te plaatsen. In plaats daarvan wil hij de vervuiling aanpakken met tientallen kleinere systemen die niet aan de oceaanbodem vastzitten maar ronddrijven.

De organisatie van de 22-jarige Slat, The Ocean Cleanup, die enkele jaren geleden begon als een studentikoos clubje, is inmiddels uitgegroeid tot een miljoenenonderneming waar 65 ingenieurs en andere deskundigen uit tal van landen werken.

De nieuwe methode is volgens hem efficiënter, goedkoper, minder kwetsbaar en sneller te realiseren dan het eerdere ontwerp. De eerste plasticopruimer nieuwe stijl moet volgend voorjaar al in gebruik worden genomen.

Slat wil uiteindelijk 50 eenheden plaatsen in de zogeheten Great Pacific Garbage Patch, een drijvende vuilnisbelt tussen Hawaii en Californië. Ontwikkeling en plaatsing van het eerste exemplaar is het duurst. De volgende opruimers zullen goedkoper worden en enkele miljoenen per stuk gaan kosten. Nog een voordeel: als er iets mankeert aan één eenheid zijn altijd de overige installaties nog aan het werk.

Bij het ontwikkelen en testen van de techniek voor het oorspronkelijke plan bleek dat het vastmaken van de gigantische drijvers aan de bodem van de diepe oceaan grote problemen oplevert. Het verankeren zou een ingewikkelde en extreem dure operatie worden. Bovendien zou het vastzittende systeem bij veranderende stromingen minder plastic opvangen.

Oplossing?

De oplossing vonden Slat en zijn medewerkers in drijvers van 1 tot 2 kilometer lengte die niet aan de oceaanbodem worden bevestigd, maar vastzitten aan een soort drijvende ankers die de plasticvangers aan het wateroppervlak afremmen. Deze ‘ankers’ – verzwaarde langwerpige platen die Slat in Utrecht aan de media toonde – bevinden zich op een diepte van 500 tot 600 meter. Op die diepte is de stroming aanzienlijk minder snel dan aan het wateroppervlak. De ‘ankers’ zorgen ervoor dat de plasticvangers trager bewegen dan het ronddrijvende plastic. Dat verzamelt zich door het verschil in snelheid achter de drijvers. Het verzamelde plastic moet worden opgehaald met schepen, die om de zoveel tijd als een vuilniswagen langs de drijvers varen.

Volgens Slat tonen computermodellen aan dat de kleinere systemen bij elkaar meer plastic opvangen dan één groot, vastzittend systeem. De losse drijvers worden door de stroming gebracht op de plek waar zich het meeste plastic bevindt. Zijn berekeningen geven aan dat hij met 50 plasticvangers de Great Pacific Garbage Patch voor het jaar 2030 bijna geheel kan opruimen.

‘Een slim plan’, reageert Gerbrant van Vledder, oceanograaf aan de TU Delft. De nieuwe aanpak van Slat biedt volgens hem een grotere kans op succes dan zijn eerdere plan. De enorm lange armen die hij aanvankelijk wilde gebruiken zouden volgens hem zwaar te lijden hebben van de golven. Hij ziet de ommezwaai niet als iets ongebruikelijks. ‘Zo gaat het in de wetenschap. Je leert ook van iets dat niet lukt.’

Hans van Haren van het Koninklijk Nederlands Instituut voor het Onderzoek der Zee (NIOZ) is minder enthousiast, maar dat was hij ook al niet over de eerste methode. Hij behoort tot de wetenschappers die vinden dat Slat de plasticvervuiling op de verkeerde plaats bestrijdt. ‘Bij de bron aanpakken van de plasticvervuiling is veel efficiënter. Dus op het land, in rivieren en vooral ook bij de gebruiker en producent.’

Nergens op de wereld zo veel plastic-afval aangespoeld als op dit onbewoonde eiland

epa05967297 An undated handout photo made available by the Institute for Marine and Antarctic Studies (IMAS) shows garbage on East Beach, Henderson Island (Pitcairn Islands), in the south Pacific Ocean. The uninhabited island has been found to have the world's highest density of waste plastic, with more than 3,500 additional pieces of litter washing ashore daily at just one of its beaches. Australian researchers say ocean currents are partly responsible for the build up. The island was designated a World Heritage Site by the United Nations in 1988.  EPA/IMAS/JENNIFER LAVERS HANDOUT  AUSTRALIA AND NEW ZEALAND OUT HANDOUT EDITORIAL USE ONLY/NO SALES

Flessen, aanstekers, tandenborstels, veiligheidshelmen, speelgoedsoldaatjes, dominostenen en nog veel meer. Wetenschappers stonden versteld van de hoeveelheid plastic die ze vonden op de kust van een onbewoond en afgelegen eilandje in de Stille Oceaan. Volgens hen is nog nooit ergens ter wereld zoveel plasticafval per vierkante meter gerapporteerd.

Read more

Plastic is misschien wel te maken uit rioolslib

In 2014 zag een onderzoeker van waterschap Vallei en Veluwe op een zandfilter achter een nieuwe rioolwaterreactor in Epe een raar, glinsterend gelletje ontstaan. Hij schraapte het spul eraf, legde het onder de microscoop en deed een chemische analyse. ‘Het bleek een alginaat’, zegt Arjan Budding, afvalwaterspecialist bij Vallei en Veluwe. Een alginaat is een langgerekt suikerpolymeer, dat nu uit zeewier wordt gewonnen en hoogwaardig emplooi vindt als mal voor kronen en kunstgebitten, in prints voor textiel en als coating voor papier.

Na twee jaar testen presenteert het waterschap deze week een commercieel te expoiteren zusje van het zeewieralginaat. ‘Chemische structuur en eigenschappen van dit neo-alginaat uit rioolwater komen nagenoeg overeen, zonder dat schepen de zee op hoeven om wier te oogsten’, zegt Budding.

Uit een marktonderzoek blijkt dat het alginaat uit poep en pies geschikt is om papierlaagjes in de kartonfabricage op elkaar te lijmen. ‘Daarmee kan de groeiende e-commerce besparen op lijmen die nu nog uit fossiele grondstoffen bestaan’, aldus Budding. Een coating voor beton is een net zo kansrijke, milieuvriendelijke toepassing. De flinterdunne alginaatfilm kapselt betonscheurtjes in en verlengt daarmee de levensduur met ongeveer twintig jaar.

Maar het spul kan ook als grondverbeteraar dienen in land- en tuinbouw. Dichterbij het riool kan alginaat als bindmiddel dienen om het ook al uit poep teruggewonnen fosfaat van gruizig mineraal tot nette, goed strooibare kunstmestkorrel om te vormen.

Het rioolalginaat ontstaat vooral in het zogeheten Neredaproces, een nieuwe, compacte manier van rioolwaterzuivering waarbij minder volumineus en vlokkig slib ontstaat. ‘Kennelijk maken de bacteriën alginaat om zich te beschermen en mooie korrels te vormen’, zegt Budding. Het terugwinnen van alginaat scheelt het waterschap ook circa 25 procent van de te verwerken slib-berg.

Hoogwaardige toepassing in tandtechniek of levensmiddelindustrie ligt niet voor de hand, maar Tanja Klip-Martin, dijkgraaf van Vallei en Veluwe, sluit het ook niet uit. Het probleem is dat rioolslib, in feite dus urine en ontlasting, een afvalstatus heeft dat dergelijke toepassingen in de weg staat. ‘Dat gold ook voor het rioolfosfaat struviet, dat we als kunstmest terugwinnen. Maar we moeten niet kijken naar waar het vandaan komt, maar naar wat je ermee kunt doen’, vindt Klip-Martin.

Volgens haar is het nieuwe stofje volkomen veilig. ‘We kunnen aantonen dat het alginaat geen ziektekiemen en geen medicijnresten bevat, dus de stof past prima in een circulaire economie.’

Waterschappen werken al jaren aan het concept van energie- en grondstoffenfabriek. Rioolwater bevat al een handvol bruikbare stoffen naast struvietfosfaat en alginaat. Door wc-papier uit rioolwater te zeven, zijn bergen herbruikbaar cellulose beschikbaar. De stof PHA dient als bouwsteen voor bioplastic. De resterende slibresten worden vergist tot biogas. In 2025 willen de waterschappen een netto grondstoffen- en energieproducent worden.

Bron: volkskrant.nl

Honderd dagen Diftar groot succes in Twentse gemeenten

De invoering van diftar, gedifferentieerde afvaltarieven, in de gemeenten Enschede, Oldenzaal en Hof van Twente is succesvol. Het aanbod van restafval is na de eerste honderd dagen diftar sterk gedaald.

Diftar houdt in dat burgers per keer dat ze hun afvalcontainers aanbieden moeten betalen. Het doel: meer afval scheiden zodat zo min mogelijk restafval overblijft.

50 procent

In de gemeente Hof van Twente was een daling van 50 procent restafval, waar rekening werd gehouden met een daling van 22 procent. “Ik ben vooral trots op de inwoners binnen de gemeente”, vertelt wethouder Harry Scholten van de gemeente Hof van Twente.

Ook in Oldenzaal is er 50 procent minder restafval per huishouden geproduceerd.

Enschede

In de gemeente Enschede is er na honderd dagen diftar 42 procent minder restafval geproduceerd. “In grote steden mag je al erg blij zijn met een daling van 30 procent. Wij hebben een topprestatie geleverd “, vertelt wethouder Hans Van Agteren van de gemeente Enschede.

Dat terwijl vorige maand nog bleek dat er veel kritiek in Enschede op diftar was, na een Facebook-bericht van de Enschedese Jerry Kroezen die schreef ‘helemaal klaar te zijn met diftar’.

Van Agteren denkt dat de inwoners even moesten wennen aan het nieuwe beleid. “De overgang naar een nieuw systeem brengt altijd wat onrust met zich mee. We hebben de mensen zoveel mogelijk geprobeerd te stimuleren en dat werpt nu zijn vruchten af”, aldus Van Agteren.

Bron: RTV-Oost
Foto: Flickr Creative Commons / remonrijper

Lego maar dan plantaardig, van Hollandse makelij

Nederlandse ondernemers mikken op 10 miljoen blokjes in 2017

Wat de Deense speelgoedreus Lego in 2030 voor elkaar wil krijgen, kan een Nederlands bedrijf nu al: bouwblokjes produceren van volledig plantaardige grondstoffen. Dit najaar moeten ze in de winkel liggen.

Lego-blokjes zijn oerdegelijk en gaan generaties mee. Toch zijn ze niet echt duurzaam, want ze worden gemaakt van aardolie. Lego produceert jaarlijks 90 duizend ton aan plastic speelgoed en dat vereist een veelvoud aan olie. Daarom kondigde Lego twee jaar geleden aan om vanaf 2030 al zijn speelgoed te maken van bioplastics met plantaardige grondstoffen. Het bedrijf investeert 135 miljoen euro in de zoektocht naar bioblokjes en trekt tientallen onderzoekers aan. De speelgoedreus wil zo koploper in duurzaam speelgoed worden.

De Denen rekenden buiten de Nederlandse ondernemers Steven van Bommel en Robert de Waal. Zij zeggen nu al bouwblokjes te kunnen produceren met suikerriet als grondstof. Van Bommel is directeur van BanBao Europe, een dochter van het Chinese BanBao, dat onder meer bouwblokjes verkoopt die sterk lijken op die van Lego. De Waal is directeur van BioPromotions, een bedrijf gespecialiseerd in bioplastics dat eerder een volledig biologisch afbreekbare golfbal maakte. Ze richtten een joint venture op die voor BanBao de duurzame bouwblokjes gaat produceren. ‘Made in the Netherlands’ zal er op de dozen staan, want de fabriek staat in het Zuid-Hollandse Ter Aar.

 

De tests zijn afgerond, eind juni start de productie

Steven van Bommel

 

10 miljoen blokjes

‘De tests zijn afgerond, de mallen worden momenteel gemaakt en eind juni start de productie’, zegt van Bommel. ‘We willen dit jaar 10 miljoen blokjes maken, wat gelijk staat aan 50 tot 60 ton.’ Tien miljoen is een fractie van de 2,5 miljard blokjes die BanBao jaarlijks in China produceert (Lego produceert er jaarlijks overigens 70 miljard). De duurzame blokjes zullen in de winkel even duur zijn als BanBao’s conventionele steentjes. Van Bommel: ‘We willen dat duurzaam speelgoed betaalbaar is voor iedereen. Anders krijg je hetzelfde als met biologische kipfilets in de supermarkt: duurzaamheid is alleen weggelegd voor consumenten met een dikke beurs.’

De blokjes worden gemaakt van suikerriet, zegt De Waal. ‘We kopen onze grondstof van het Braziliaanse bedrijf Braskem. Zij leveren polyethyleen op basis van suikerriet, ook wel Green PE genoemd, dat we in onze fabriek in Ter Aar bewerken tot speelgoedblokken.’ Is het zo simpel? Waarom doen andere bedrijven niet hetzelfde? ‘Steentjes van Green PE zijn vrij zacht. Wij hebben drie jaar onderzoek gedaan voordat we de blokjes zo konden maken dat ze niet te onderscheiden zijn van de aardolie-variant. De crux is de toevoeging van een aantal plantaardige bestanddelen.’ Welke dat zijn, wil Van Bommel niet zeggen. ‘Dat is het geheim van de smid en daar hebben we patent op aangevraagd.’

 

De stenen zijn van polyethyleen, een bijproduct van suikerriet

Robert de Waal

 

Ironisch genoeg heeft BanBao jarenlang met Lego in de clinch gelegen over patenten: de Denen vonden dat de steentjes van BanBao teveel op die van Lego leken. In 2011 oordeelde een Nederlandse rechter dat BanBao al het op Lego lijkende speelgoed uit de handel moest halen omdat het inbreuk pleegde op de auteursrechten van Lego. Niet lang daarna bereikten de kemphanen een overeenkomst: BanBao zou duidelijker de eigen merknaam op de producten voeren. Lego wil niet reageren op de nieuwe duurzame steentjes van BanBao. ‘Het is niet aan ons de producten van concurrenten te beoordelen’, laat een woordvoerder weten.

Hoe duurzaam zijn BanBao’s groene blokjes? Gaat er geen Braziliaans oerwoud tegen de vlakte om het suikerriet te verbouwen? De Waal: ‘Onze grondstof is een bijproduct van suikerriet. Ongeveer 70 procent van suikerriet is geschikt voor consumptie. Van de resterende 30 procent kun je bioplastics of andere producten maken. Nu wordt dat bijproduct in brand gestoken, maar wij maken er speelgoed van. Er is dus ook geen concurrentie met voedselproductie, zoals met maïs als grondstof het geval kan zijn.’ De steentjes vergaan overigens niet uit zichzelf. Je kunt ze dus niet op de composthoop gooien. Ze zijn wel te recyclen.

 

Wat BanBao doet is geen raketwetenschap, maar de duivel zit in de details

                     Christiaan Bolck, onderzoeker  

 

Heel goed mogelijk

Kloppen de claims van BanBao? Christiaan Bolck, programmamanager biobased materials bij Wageningen Food & Biobased Research, heeft de blokjes niet onderzocht maar zegt dat het relaas ‘in theorie heel goed mogelijk is’. Bolck: ‘Met bioplastics kun je de moleculen van plastic die gemaakt zijn op basis van aardolie volledig nabouwen zonder dat een gebruiker het verschil merkt. Wat BanBao doet is geen raketwetenschap, maar de duivel zit in de details: het kan een flinke zoektocht zijn om bioplastic zo te maken dat het volledig aan de productie-eisen voldoet. Daar is BanBao kennelijk in geslaagd.’

Toeleverancier Braskem is volgens Bolck ‘een gerenommeerd bedrijf met betrouwbare duurzaamheidscertificaten’. De uitvinding waar BanBao patent op aanvraagt – de plantaardige toevoeging die de blokjes een aanvaardbare kwaliteit geeft – kent hij niet, maar het certificaat van de Duitse keuringsdienst TÜV garandeert dat plantaardige materialen zijn gebruikt.

Overigens verschillen de duurzame steentjes van BanBao in een belangrijk opzicht van Lego-steentjes. Lego gebruikt acrylonitril-butadieen-styreen (ABS) op basis van aardolie, een sterk en stijf plastic dat ervoor zorgt dat Lego-steentjes zo lekker op elkaar klikken. BanBao gebruikt een plantaardige variant van polyethyleen (PE), dat doorgaans veel zachter is. Bolck: ‘Dat is eigenlijk het bijzondere: het is BanBao gelukt om bio PE te maken dat in gebruik erg lijkt op ABS. Lego zoekt naar een plantaardige vervanging van fossiel ABS, en dat heeft bij mijn weten nog niemand gevonden.’ Bolck twijfelt er niet aan dat Lego daarin zal slagen: ‘Met bioplastics kun je in principe alle fossiele plastics vervangen.’ In ieder geval hebben Van Bommel en De Waal de Deense reus de loef afgestoken bij het vinden van een plantaardig alternatief.

 

Coca-Cola staakt in Schotland weerstand tegen statiegeld

Eerst in Schotland, maar het schept ook verwachtingen in Nederland: statiegeld op vervuilende kleine cola-flesjes. Coca-Cola, één van de invloedrijkste tegenstanders van statiegeldsystemen, is om: in Schotland werkt het bedrijf mee aan een retoursysteem voor frisdrankflessen. Maar volgens het bedrijf heeft de ommekeer heeft geen gevolgen voor de Nederlandse statiegelddiscussie. “In Nederland is de situatie anders.”

De frisdrankfabrikant verzet zich samen met supermarkten en het verpakkende bedrijfsleven in Nederland al jaren tegen uitbreiding van statiegeld naar kleine flesjes en blikjes. Er loopt in Nederland een door de industrie gefinancierde proef naar inzameling door sportclubs en verenigingen.

Lege frisdrankverpakkingen vormen een groot bestanddeel van zwerfvuil in woongebieden en de natuur. Juist vorige week zei staatssecretaris Dijksma (milieu ) in de Tweede Kamer dat zij wil laten uitzoeken hoe kleine plastic flesjes uit het zwerfafval kunnen worden gehaald. Ze reageerde op een plan van actievoerder Merijn Tinga, die 55.000 handtekeningen verzamelde voor uitbreiding van statiegeld naar kleine flesjes. Tinga kreeg ruime steun van politieke partijen.

Coca-Cola, in Nederland fanatiek tegen statiegeld, werkt nu met de Schotse overheid mee aan invoering van retourbetaling op frisdrankverpakkingen. Milieugroepen noemen de stap van het bedrijf een ‘complete omwenteling’. Robbert van Duin van Reclycling Netwerk, een coalitie die al jaren pleit voor uitbreiding van statiegeld in Nederland, zegt dat de stap niet zonder gevolgen zal blijven: “Het standpunt van Coca-Cola is bepalend, ook in Nederland. Dit gaat zonder meer effect hebben.”

Twee jaar geleden nog zei het bedrijf tijdens een hoorzitting voor het Schotse parlement dat een statiegeldsysteem slecht zou zijn voor de verpakkings- en recylingsindustrie en dat er ook juridische beletsels zouden zijn om statiegeld in te voeren.

Duurzame verpakkingen

Een woordvoerder van Coca-Cola zei gisteren in Schotland dat het bedrijf al jaren bezig is met duurzamere verpakkingen. “Al onze flesjes zijn voor honderd procent recyclebaar. Maar we denken dat we een stap verder kunnen gaan.” Het bedrijf zegt een rol te willen spelen in het streven naar een circulaire economie in het Verenigd Koninkrijk. Uit peilingen zou blijken dat gemiddeld 63 procent van de Britten voor statiegeld zijn, in Schotland ligt dat percentage vermoedelijk zelfs hoger: acht van de tien Schotten zouden voorstander zijn van statiegeld.

Volgens woordvoerster Arjanne Hoogstad van Coca-Cola Nederland draagt de multinational in alle landen bij aan systemen voor inzameling van verpakkingen. “Per land zijn de inzamelsystemen van afval verschillend georganiseerd, vandaar dat in ieder land bekeken moet worden welke methode voor inzameling het meest effectief is. Hierbij zullen wij altijd streven naar een eenduidig systeem voor een land waarmee zoveel mogelijk herbruikbaar materiaal ingezameld wordt, tegen acceptabele maatschappelijke kosten.”

Volgens Coca-Cola is de situatie in Schotland anders dan in Nederland. De Schotten hebben geen goed werkend inzamelingssysteem voor afval. Er is daar geen statiegeld, ook niet voor grotere flessen. “Het is een situatie die verslechtert en niet langer houdbaar lijkt. Dit heeft ons ertoe gebracht om naar voren te stappen.” De fabrikant wil meewerken aan een nieuw systeem voor afvalinzameling in Schotland. “Statiegeld op drankverpakkingen kan hier onderdeel van zijn.”

In Nederland ligt dat anders, aldus het bedrijf. Hoogstad: “Hier wordt al sinds jaar en dag samengewerkt om tot goede inzameling en recycling van zo veel mogelijk afval te komen. We zien hoge inzamelingscijfers in Nederland voor alle ingezamelde afvalstromen, ook voor plastic. Wij zijn dan ook niet vóór of tegen statiegeld; wij willen samen met alle betrokken partijen naar één systeem.”

Bron: www.trouw.nl

 

Krijgt Dafne Schippers een gouden medaille van oude mobieltjes?

Veel mensen hebben er thuis nog wel een of meer liggen: oude mobiele telefoons. Maar wat moet je ermee? In Tokio weten ze daar wel raad mee. De Japanners gaan de vergane toestellen gebruiken om medailles voor de Olympische Spelen in 2020 te maken.

Het is de bedoeling dat de inzameling van oude mobieltjes en andere kleine apparaten zo’n acht ton metaal oplevert. Het gaat om de kleine deeltjes goud, zilver en brons die erin verwerkt zijn. En de Japanners zien het wel zitten dat de beste sporters van de wereld straks met hún gerecyclede telefoons worden gehuldigd.

De 18-jarige Hiroki Yamashita kwam met zeventien oude mobieltjes naar het verzamelpunt. Hij wordt al enthousiast bij het idee. “Het idee dat iets uit mijn huis onderdeel wordt van een medaille, daar word ik als inwoner van Tokio heel vrolijk van. Ik kijk ook echt uit naar de Spelen, die ik voor het eerst in mijn leven ga zien.”

Het idee achter de inzameling van de verouderde apparaten is om de mensen direct bij de Olympische Spelen van 2020 te betrekken. Maar ook het bevorderen van duurzaamheid en het besparen van kosten in de begroting van het evenement spelen mee. Daarnaast zijn er geen goud- en zilvermijnen in Japan.

Meer inzamelpunten

Honderden mensen hebben hun oude toestel inmiddels ingeleverd. Vanaf april worden ook in verschillende winkels en kantoren inzamelpunten geplaatst om de mobieltjes in te leveren. Uiteindelijk moeten er 5000 medailles van worden gemaakt.

Eerste betonklinkers uit grondstoffen van Twence

31/01/17 Vandaag zijn de eerste betonklinkers op basis van bodemassen van Twence geproduceerd. Voor Twence is dit de eerste keer dat haar bodemas, dat vrijkomt bij de energieopwekking uit huishoudelijk afval, hoogwaardig wordt toegepast in betonklinkers. Na opwerking produceert Van Gansewinkel Minerals hiervan een vrij toepasbare bouwstof, die het zand- en grind in betonklinkers vervangt. De klinkers worden geproduceerd door Morssinkhof Groep en zijn bestemd voor het parkeerterrein van de duurzame Volvo Arendsen-nieuwbouw in Hengelo.

Van afval naar vrij toepasbare bouwstof
Bodemas is, na verbranding van het afval en terugwinning van waardevolle materialen, een belangrijke grondstof die bij Twence uit de afvalenergiecentrale komt. De van metalen ontdane bodemassen worden in de FORZ Factory bij Van Gansewinkel Minerals opgewerkt tot zand- en grindvervangers (FORZ) als vrij toepasbare bouwstof. De zand- en grindvervangers gaan naar Morssinkhof Groep voor de daadwerkelijke productie van de klinkers. Al met al een mooie circulaire samenwerking die aansluit bij het streven van de gemeenten in de Regio Twente om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de verduurzaming van beton, zoals onlangs is opgesteld in het convenant ‘Duurzaam Beton Regio Twente’.

Green Deal AEC-Bodemas
Bodemas uit afvalenergiecentrales is geen gevaarlijke afvalstof. Wel werd het materiaal nog steeds onder beschermde condities toegepast. Omdat dit voor de lange termijn niet wenselijk is, heeft de overheid afspraken gemaakt met de Nederlandse afvalenergiecentrales (Green Deal Bodemas, 2012) om de bodemassen vrij toepasbaar te maken. Dit houdt in dat de opgewerkte bodemassen (FORZ) dezelfde kwaliteit hebben als primaire bouwstoffen. Het materiaal kan dan gebruikt worden als zand- of grindvervanger in ongebonden vorm of een kwaliteit krijgen die gebruikt kan worden in ‘vormgegeven bouwstof’ in bijvoorbeeld de beton- en cementindustrie. Volgens de Green Deal moet in 2017 50% van de teruggewonnen grondstoffen uit bodemas hoogwaardig worden ingezet en in 2020 100%.

Bron: Twence.nl